maandag 29 september 2014

‘Benader seksueel misbruik als een ziekte, zoals een hartkwaal of nierziekte’


Interview met Professor kindergeneeskunde Martin Finkel:
‘Benader seksueel misbruik als een ziekte, zoals een hartkwaal of nierziekte’

Kinderen die seksueel misbruikt zijn, moeten een manier zien te vinden om te leven met wat zij hebben meegemaakt. ‘Erover praten geeft kinderen de controle terug’, zegt de Amerikaanse professor Kindergeneeskunde Martin Finkel. ‘Als professionals hebben wij de verantwoordelijkheid om hun problemen en zorgen bespreekbaar te maken.’

Verschillende professionals behandelen kinderen die seksueel misbruikt zijn. Kunt u de specifieke rol van dokters toelichten?

‘Kinderen die misbruikt zijn, verdienen de expertise van professionals uit de rechtspraak, de geestelijke gezondheidszorg, het onderwijs en niet in de laatste plaats de geneeskunde. De problematiek van misbruikte kinderen is als het ware een puzzel die we samen moeten leggen. Het totale plaatje moeten we zo duidelijk mogelijk krijgen om deze kinderen zo goed mogelijk te beschermen en te behandelen. Als je een kind onderzoekt, heb je de belangrijke taak om niet alleen aandacht te hebben voor wat het kind lichamelijk is overkomen, maar vooral om met de kinderen te praten over hoe zij zich voelen. Je weet niet wat ze denken en de kinderen kunnen vaak verstoorde gedachten hebben over wat hen overkomen is.’

U spreekt over de idiosyncratische natuur van seksueel misbruik. Wat bedoelt u daarmee?

‘Iedere dokter heeft geleerd te luisteren naar patiënten. De symptomen waar een patiënt je over vertelt geven je veel informatie over het ziektebeeld. Ga ook zo om met kinderen die misbruikt zijn. Luister naar ze. Luister naar wat ze je te vertellen hebben. De kinderen hebben verstoorde gedachten over die seksuele ervaring. Maar als zij daartoe door een goed getrainde arts worden uitgenodigd – open, medelevend en niet dwingend of veroordelend – blijken ze goed te kunnen beschrijven wat ze hebben meegemaakt. Een 5-jarige vertelde me: ‘Hij spuugde en plaste in mijn mond en toen moest ik het opdrinken.’ Een kind van die leeftijd heeft geen weet van dergelijke handelingen, tenzij het zoiets heeft meegemaakt.Als een arts de juiste vragen stelt, kan een kind veel informatie geven over wat er precies gebeurd is, zonder die handelingen bij naam te noemen.’

Wat moet elke arts hiervoor kunnen?

‘Elke eerstelijnsbehandelaar moet een aantal basisvragen kunnen stellen en weten hoe het spectrum ‘normaal gedrag’ eruit ziet. Seksualiteit is lastig om te bespreken en helemaal als je het met kinderen moet bespreken. Als je niet met een kind durft te praten over seksualiteit, bijvoorbeeld hoe je thuis je piemel noemt, is dat moeilijk. Je moet over seksualiteit kunnen praten zonder dat je dat op een sturende manier doet. Twee 5-jarigen die elkaar hun geslachtsdeel laten zien, kun je tot het spectrum ‘normaal’ rekenen. Maar wat als een 5-jarige de genitaliën van een ander kind in de mond neemt? Dan kun je niet zeggen: “Zo zijn ze nu eenmaal, kinderen zijn nieuwsgierig”.’

Hoe verlaag je de drempel om over seksualiteit te praten?

‘Om te beginnen door seksueel misbruik te benaderen zoals je een ziekte benadert, zoals een hartkwaal of nierziekte. Je begint met het opmaken van de anamnese. Hoe is het kind in de misbruiksituatie terecht gekomen? Hoe is het misbruik aan het kind opgelegd? Hoe hebben de seksuele handelingen zich in de tijd ontwikkeld? Met welke problemen en vragen lopen de kinderen rond? Zo leer je de problematiek herkennen en begrijpen. Vraag ik een kind: “Wiens fout is het? ”, dan zegt het vertwijfeld: “Mijn fout?”. “Waarom denk je dat?”, vraag ik dan. Een gesprekje van niets, maar let op: wie alle beetjes informatie aan elkaar naait, ziet een verhaal ontstaan. Het is aan jou een veilige omgeving te creëren waarin kinderen hun meest stigmatiserende, traumatiserende, schaamtevolle verhaal kwijt kunnen. Stoppen zij dat weg, dan kunnen ze het nooit achter zich laten.’

Hoe leg je aan de kinderen uit waarom je ze gaat onderzoeken?

‘Als een kind de eerste keer bij mij komt, leg ik eerst uit wat we gaan doen: ‘Vandaag gaan we bekijken of je lichaam in orde is. Ik ga je een aantal vragen stellen over wat er gebeurd is. Niet om het je moeilijk te maken, maar om het te kunnen begrijpen. De volgende keer ben ik weer praatdokter, of beter nog: luisterdokter.’ Daarna kom je toe aan vragen over hun lichaam en of ze zich zorgen maken over hun lichaam.“ Ik denk dat mensen aan de manier waarop ik loop kunnen zien welke afschuwelijke dingen ik heb moeten doen”, vertelde een pubermeisje. Een 10-jarige wilde weten of ze borstkanker zou krijgen omdat iemand met zijn mond aan haar borst had gezeten. En een 9-jarige vroeg zich af “of dat spul nog in haar zat” en of ze daarvan zwanger kon raken. Stuk voor stuk zorgen die een arts objectief kan vaststellen door het verrichten van onderzoek en daarover te praten. Het is belangrijk de kinderen te laten weten dat zij lichamelijk gezond zijn.’

Waarin zit de therapeutische waarde voor de kinderen?

‘Vanaf het moment dat een kind binnenkomt moet je je realiseren dat alles wat jij doet, bij zou moeten dragen aan het herstel van het kind. Alles wat je zegt en beslist moet op zo’n manier gebeuren dat het therapeutisch werkt. Bijna elk kind denkt dat het de enige is dat zoiets meemaakt. Doordat ik ernaar vraag, begrijpen ze dat ze tegenover iemand zitten die er meer van weet, waardoor er een proces op gang kan komen. Ik vertel dat veel kinderen het moeilijk vinden erover te praten. “Vind jij dat ook?” vraag ik. “En waarom vind je dat?”. “Ik dacht dat ik het niet mocht zeggen”, vertellen ze dan. Of: “Ik was bang. Ik dacht dat mensen me niet zouden geloven en dat ik in de problemen zou raken.” Het is belangrijk dat je de kinderen vraagt wat zij vinden, wat zij willen. Je lost er hun probleem niet mee op, maar geeft ze zo wel een gevoel van controle, waarmee zij aan zichzelf kunnen laten zien dat ze niet langer bang zijn voor de persoon die hen dit heeft aangedaan.’

Praten is één, maar wat levert fysiek onderzoek en forensisch materiaal aan bewijs op?

‘Seksueel misbruik gaat meestal niet gepaard met geweld. De meeste daders willen de kinderen geen letsel toebrengen, maar vleien, chanteren, manipuleren en intimideren hun slachtoffers om hun activiteiten te kunnen blijven voortzetten. Loopt een kind toch verwondingen op, dan zijn die vaak oppervlakkig. En ze helen. Forensisch bewijs en de uitkomsten van fysiek onderzoek dragen voor slechts 1 tot 5 procent bij aan de bewijslast. Zo’n 95 procent van de diagnoses ‘seksueel misbruik’ wordt gesteld op basis van wat kinderen vertellen. Een arts moet dus weten dat een ‘normale’ uitslag van lichamelijk onderzoek niet per se betekent dat er niets gebeurd is. Wat we moeten doen, is luisteren. En zoals een arts die hartruis hoort zijn patiënt naar de cardioloog verwijst, zo moet een veronderstelling van kindermisbruik voldoende aanleiding vormen om een expert in te schakelen om dat vermoeden te bevestigen of uit te sluiten.’

Worden artsen voldoende getraind om met kinderen te praten?

‘Nee. Artsen zijn drukbezet en zijn gewend om snel een serie vragen af te vuren. Maar praten met kinderen over dit soort moeilijke onderwerpen vergt andere vaardigheden. Elke keer als ik een kind zie, vraag ik mezelf af: is er een minder dwingende manier om deze vraag te stellen? Hoe vraag je een kind bijvoorbeeld naar geheimhouding zonder het woord geheim te gebruiken? Ik doe dat als volgt: “Wilde de persoon die dit bij je deed dat je hierover zou vertellen?” “Nee!” zegt het kind. ‘Hoe weet je dat?’, vraag ik. “Als ik het zou vertellen, zou hij het ook bij mijn zusje doen”. Of: “Hij zei dat niemand me zou geloven”. Of: “Niemand zou nog van me houden.” Deze vaardigheden heb ik niet van mijn vakgenoten geleerd. Nee, ik heb ze geleerd van de kinderen. Door naar ze te luisteren en met ze te praten. In de loop der jaren heb ik veel overeenkomsten ontdekt in de verhalen van de kinderen; er is me een structuur zichtbaar geworden. Dus als ik nu een onderzoek afneem, werk ik – uiteraard met de nodige flexibiliteit – een gestructureerde vragenlijst af. En met het oog op de wettelijke aspecten en de forensische waarde van het onderzoek schrijf ik elk antwoord woord voor woord op.’

Wat is uw wijze les aan elke arts?

‘Om te beginnen moeten artsen kinderen uitleg geven over hun persoonlijke ruimte en privacy en het recht daarop. Juist kinderen die misbruikt zijn, moeten het gevoel weer terugkrijgen dat hun lijf van hun is. Ze moeten leren over verzorging en welke aanrakingen acceptabel zijn of niet. Artsen moeten vaardigheden opdoen om een gesprek over misbruik te kunnen voeren. En een arts mag ook best zeggen: “Ik weet het niet zeker, ik vraag een meer ervaren collega om zijn mening”. Kinderen verdienen dat.’

--------------------

Het is een artikel uit: Augeo schrijft - Tijdschrift over kindermishandeling en huiselijk geweld.

TKM is het eerste, kosteloze online vakblad voor alle professionals die betrokken zijn bij de aanpak en zorg rond mishandelde kinderen, hun ouders en plegers van kindermishandeling en huiselijk geweld. TKM is een uitgave van Augeo.

Het artikel is hier als PDF te lezen of downloaden. Gevonden via deze link, waar ook nog een kort filmpje met Finkel te zien is.

vrijdag 26 september 2014

John DeCamp - Franklin Cover-Up video's


Plaatste ik eerder deze week de documentaire Conspiracy of silence (1994) en gisteren het boek The Franklin Cover-Up (1992) 2nd Edition (1996) PDF, vandaag zonder al te veel uitleg interviews met de man die een belangrijke rol speelde en speelt in het openbaren van dit gedrogt van een doofpot: John DeCamp.

Seksueel misbruik door de elite op grote schaal, het is te ziek voor woorden. Essentiele maar zware kost. Dus voor de mensen die liever naar bewegende beelden kijken dan naar honderden pagina's vol zwarte letter turen, here we go!









Meer (korte) filmpjes van hem, of radio interviews zijn te hier te vinden.

Landelijk Zorgprogramma Seksueel grensoverschrijdend gedrag (PDF)


Een publicatie van het Expertisecentrum Forensische Psychiatrie.

Een zorgprogramma is een optimaal en samenhangend zorgaanbod voor forensisch psychiatrische patiënten dat dient als (be)handelingkader voor organisaties, professionals en patiënten. Een zorgprogramma biedt handvatten bij dilemma’s en beslissingsprocessen in de behandeling van de diverse groepen forensisch psychiatrische patiënten en draagt bij aan het verkrijgen van inzicht in de relatie tussen psychiatrische stoornis en delictgedrag. Ook biedt het aanwijzingen bij het maken van een gedegen inschatting van het risico op nieuw delictgedrag. Door risicomanagement in te zetten kan dat delictgedrag zoveel mogelijk worden voorkomen.

Samen met professionals uit het forensische zorgveld heeft het EFP tot nu toe een vijftal zorgprogramma’s ontwikkeld. Het Basis Zorgprogramma geeft een overzicht van (de variaties in) het gemeenschappelijke zorgaanbod voor alle forensisch psychiatrische patiënten, ongeacht hun specifieke stoornissen en delicten. Daarnaast zijn er vier stoornisspecifieke zorgprogramma’s ontwikkeld die een overzicht geven van het optimale zorgaanbod voor bepaalde patiëntpopulaties. Dit zijn de zorgprogramma’s Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag (ZP SGG), Psychotische Stoornissen (ZP PsyS), Persoonlijkheidsstoornissen (ZP PerS) en Langdurige Forensische Psychiatrische Zorg (ZP LFPZ).

Het rapport is hier als PDF te downloaden.

donderdag 25 september 2014

The Franklin Cover-Up (1992) 2nd Edition (1996) PDF


Dit boek is geschreven door John W. DeCamp. Het dient eigenlijk gezien te worden in combinatie met de documentaire "Conspiracy of Silence" welke ik eerder deze week heb geplaatst. De ondertitel "Child Abuse, Satanism and Murder in Nebraska" is gruwelijk, al zegt dat nog niets over de misselijkmakende praktijken om dit alles in de doofpot te stoppen. Hij noemt man en paard, maar er is nog geen enkele rechtszaak tegen hem aangespannen, ondanks dat hij hierin hoog geplaatste mensen bij naam noemt uit de Amerikaanse samenleving. Er is 1 rechtszaak uit voortgevloeid, een zaak van hem tegen een media kanaal welke hem van leugens betichtte. Deze rechtszaak heeft hij gewonnen en er is gerectificeerd.

Het boek is in z'n geheel hier als PDF te downloaden. Altijd fijn voor in het archief!

Hier een interview met DeCamp uit 1994 in het blad "Executive Intelligence Review (EIR)", waar voor de boekenwurmen en informatievreters onder ons genoeg kost in het archief toegankelijk is voor de koude winteravonden.

Hier valt het eerste deel van het boek online te lezen, en dat schept al een beeld.

Morgen meer van DeCamp.

woensdag 24 september 2014

Boys for sale (1981)


Het tragische en schokkende misbruik van kinderen is het onderwerp van deze discussie tussen Dr. Tom Philbott en de voormalig editor van "The Daily Texan", Mark McKinnon, die verschillende artikelen over het onderwerp schreef. Philbott ontdekte dat deze kinderen geregeld fysiek werden misbruikt, gemarteld en vermoord. Veel van de mannen die deelnamen aan deze "praktijken" behoren tot de meest gerespecteerde top laag van de Amerikaanse Overheid en het bedrijfsleven.

De discussie behandelt prominente zaken van seksueel misbruik van jongens en de mogelijke connecties tussen kinderprostitutie en de moord op zwarte kinderen in Atlanta. Het programma is uitgebreid met materiaal uit twee documentaires uit de 1979 "Boys for Sale", geproduceerd voor Channel 11 in Houston en Channel 13 in Atlanta.

Omdat dit tragische en nationale schandaal grotendeels werd genegeerd door de massa media, focust het sluitende gedeelte zich op de media aandacht en hoe de zaken werden behandeld door de politie en justitie. Het programma kijkt nauwgezet naar de jongens zelf: hun achtergrond, hoe ze in "het leven" verzeild raakte, waarom ze daarin bleven en hoe ze zich hieronder voelen. Het programma richt zich ook op de mate van bedreigingen en geweld richting de mensen die actief zijn om de wanpraktijken aan het licht te brengen en het onder de aandacht van het publiek te brengen.

Deze bijna twee uur durende documentaire is gemaakt in 1981 als onderdeel van het programma "Alternative views news magazine".

Hoewel het programma ook hier in z'n geheel, en hier en hier in twee delen op Youtube te zien is, heb ik deze versie zelf online gezet omdat dit volgens mij de langste versie is met de beste kwaliteit. Hier staat mijn bron, voor het geval mijn versie offline wordt gehaald. Hier is de documentaire ook in groot formaat (2GB per deel) te downloaden als mpeg.

Verder ben ik naarstig op zoek naar de twee documentaires uit de 1979 "Boys for Sale", geproduceerd voor Channel 11 in Houston en Channel 13 in Atlanta.
Iemand?





dinsdag 23 september 2014

Conspiracy of silence (1994)


In 1993 trok een Britse filmploeg, onder leiding van Nick Grey en Tim Tate, Naar Omaha, Nebraska in de Verenigde Staten om een documentaire te maken over een vermeend pedofiel netwerk. Gefinancierd door Discovery Channel uit de V.S. zou hun film eerst worden uitgezonden in het Verenigd Koninkrijk en Ierland in het documentaire programma "First Tuesdays", waarna een Amerikaanse uitzending zou volgen. In Omaha ontdekte de film crew een immens netwerk wat door de gehele staat actief was, om kinderen te leveren aan de rijken en het politieke etablissement, om hen te misbruiken en in te zetten voor drugs transporten en chantage.

Een jaar later in 1994 zou de documentaire "Conspiracy of silence" uitgezonden worden in het V.K. maar... Tijdens de laatste fase van het editen trok Discovery Channel zonder verklaring de steun in en vergoede een half miljoen Dollar aan kosten. Tot op de dag van vandaag blijft de documentaire niet uitgezonden.

Een illegale kopie van de ruwe versie van de documentaire lekte uit en doet al sinds jaren mensen de rillingen over het lijf lopen. Zonder er verder meer over te vertellen, voor nu, nodig ik jullie uit de documentaire zelf te bekijken.


maandag 22 september 2014

Zedenangst - Het verhaal van Oude Pekela (1989)

 
Bij de term "Oude Pekela" moet ik direct denken aan de verhalen uit mijn jeugd, over een voor mij onbekend dorp waar massaal kindermisbruik zou plaatsvinden. Meer dan dat... zat er niet in mijn vat van kennis... Een nare smaak is het enige wat de term in me losmaakt, maar concreet erover vertellen kan ik niet. Dus was het tijd om mezelf maar eens te verdiepen in dit stukje geruchtmakende Nederlandse geschiedenis.
 
Toets de plaatsnaam in combinatie met "misbruik" in op je favoriete zoekmachine, en al snel popt een boek op van Benjamin Rossen, Zedenangst - Het verhaal van Oude Pekela. Praktisch omdat het boek in PDF vorm zowel hier als hier in z'n geheel te lezen is, en daar hou ik van!
ISBN10 9026510055
ISBN13 9789026510052
 
De kaft van het boek geeft de volgende beschrijving:
"Zedenangst is de angst voor het verlies van de goede zeden. Het is vaak een latente angst die geactiveerd wordt wanneer men meent afwijkend gedrag te ontdekken. De waarneming en het denken worden vervormd waardoor nuchtere overwegingen niet meer mogelijk zijn. Geruchten en vermoedens verspreiden zich ongecontroleerd, mede als gevolg van de berichtgeving in de media. Het gevolg is massahysterie.
Dit boek is geschreven naar aanleiding van de vermeende ontucht in Oude Pekela met tientallen kinderen. Aan de hand van berichtgeving tijdens de affaire en interviews die achteraf met betrokkenen zijn gehouden, reconstrueert de auteur de golven van zedenangst die ruim een jaar aanhielden. Een heldere analyse van een massapsychologisch verschijnsel.
 
Drs. B. Rossen studeerde aan de University of Western Australia. Hij behaalde aldaar de volgende academische graden: Bachelor of Arts (psychologie), Bachelor of Science (human biology) en een graduate diploma (education). In Nederland studeerde hij af in massapsychologie aan de Faculteit der Politieke en Sociaal-Culturele Wetenschappen van de Universiteit van Amsterdam"

Gezien mijn beperkte kennis van deze zaak vielen mij een aantal zaken op in deze korte omschrijving:
nuchtere overwegingen niet meer mogelijk (...) massahysterie (...) vermeende ontucht 

Is die nare smaak welke de naam Oude Pekela in me losmaakt dan misplaats? Ben ik als kind beïnvloed door de morbide berichten, wat achteraf ongepast blijkt? Ik kan u vertellen dat ik dit boek voor het slapen gaan, zo direct, digitaal ga openslaan. Ik deel dit boek op voorhand met u omdat u het wellicht ook mee wilt nemen voor uw algemene ontwikkeling. Maar voordat ik u vandaag weer ga verlaten nog wat extra's: Een recensie op Bol.com en een aantal artikelen waaruit blijkt dat de scepsis die het boek vertoont best wel eens hetgeen kan zijn wat volledig misplaatst is.

Mocht u meer artikelen, boeken, websites, documentaires of wat dan ook weten, dan heb ik graag dat u dit met me deelt. Alvast dank hiervoor.
 
Voordat ik een aantal gehele artikelen hieronder zal plaatsen, eerst nog een 17 pagina's tellend PDF document van Tjalling Beetstra, een scepticus in de lijn van Rossen. Omdat het slechts een link is, plaats ik het hier prominent bovenaan, zodat dit niet aan uw aandacht ontsnapt. Later nog een artikel van zijn hand. En onderaan een scherpe veroordeling van de scepsis van de hand van Belgisch onderzoeker Pyck, die stelt dat er wel degelijk misbruik in Oude Pekela heeft plaatsgevonden!

Naar aanleiding van de uitspraken van Beetstra morgen en overmorgen (minimaal) nog meer leesvoer en materiaal voor "op de buis", waarvan u stijl achterover zult slaan... Nu Beetstra:
 
Massahysterie in de Verenigde Staten en Nederland.
De affaire rond de McMartin Pre-School en het ontuchtschandaal in Oude Pekela.
----------------

"Rossen studeerde onlangs af in de massapsychologie op de gelijknamige doctoraalscriptie. Hij analyseert het zedenschandaal in Oude Pekela dat de media ruim een jaar in de ban hield. Centraal staat het begrip zedenangst, omschreven als de angst voor een zelden tastbare bedreiging van de bestaanszekerheden. Aan de hand van enerzijds de berichtgeving in de media en interviews met betrokkenen en anderzijds de 'moral panic' theorie van Stanley Cohen stelt hij dat er sprake is geweest van massahysterie. Er is immers, ondanks heropening van het politieonderzoek, nooit enig bewijs geleverd dat tientallen kinderen seksueel misbruikt zouden zijn voor de vervaardiging van kinderpornografie. Rossen spreidt in zijn betoog een zelfde soort morele verontwaardiging ten toon als die hij bewoners van Oude Pekela en onderzoekers verwijt, alleen dit keer gericht op de 'heksenvervolgers' en 'incestspeurders' die elk kontakt tussen kinderen en volwassenen als misbruik bestempelen. Deze toon doet afbreuk aan de objectiviteit van de getrokken conclusies.

(NBD|Biblion recensie, Drs. Joel Staffeleu.) "
 
----------------

"Destijds geloofde niemand dat het kon: het misbruik van vele kinderen op klaarlichte dag 12/11/11
Toen Robert M. bekende dat hij in kinderdagcentrum ‘t Hofnarrretje meer dan tachtig kinderen had misbruikt, was heel Nederland in shock. Hoe anders was dat vijfentwintig jaar geleden. Toen het NOS Journaal, meldde dat in Oude Pekela tientallen kinderen door kinderlokkers zouden zijn meegenomen, werden de betrokkenen al snel voor gek versleten. Zoiets kon gewoon niet waar zijn. In haar deze week verschenen boek gaat Margalith Kleijwegt terug naar Oude Pekela. Wat is de nasleep van de affaire geweest? En hoe kijken zij naar Robert M.?

Hieronder een fragment uit het boek, waarvan het eerste exemplaar overhandigd werd aan burgemeester Eberhard van der Laan. Deze week verschijnt in Vrij Nederland een uitgebreide voorpublicatie en een mediagidsfilter over Aernout Mik, de kunstenaar voor wie de affaire een inspiratiebron is geweest. En hier verloten wij 25 exemplaren van het boek.
 
De Oude Pekela affaire: was er toch een clown?
Door Margalith Kleijwegt

In december 2010 keek ik naar de persconferentie over de aanhouding van Robert M., de man uit Riga die zich als oppas en crèchemedewerker zou hebben vergrepen aan meer dan tachtig kinderen. Ik moest denken aan de ouders die vijfentwintig jaar geleden bij de zaak in Oude Pekela betrokken waren. Hoe zouden zij tegen dit dramatische nieuws in Amsterdam aankijken? Gaf het ze behalve de pijnlijke herkenning ook een triomfantelijk gevoel? Toen werden ze niet geloofd en nu, zoveel jaar later, was overtuigend bewezen dat seksueel misbruik van tientallen kinderen op klaarlichte dag wel degelijk kon gebeuren.

In het voorjaar van 1987 werd Oude Pekela wereldnieuws nadat de politie naar buiten had gebracht dat in het kleine dorp tientallen jonge tot zeer jonge kinderen waren gehoord in verband met een zedenzaak.

Steeds meer kinderen beweerden in de daaropvolgende dagen dat hen iets was overkomen. Ze waren meegenomen naar verschillende panden in en rond Oude Pekela. Sommigen hadden aan onschuldige verkleedspelletjes meegedaan, anderen moesten piemels wassen of eraan likken. De kinderen spraken ook over sadistische spelletjes die op foto en film waren vastgelegd. Het schokkende nieuws ging als een lopend vuurtje rond. De zaak werd niet ingedamd zoals nu waarschijnlijk zou gebeuren, het was een olievlek die zich in hoog tempo verspreidde. Binnen een week liep het aantal aangiften van ontucht op tot tweeënvijftig, en daar bleef het niet bij.

De waarheid over wat er in die maanden precies gebeurde was al snel niet meer te achterhalen. En de zaak is ook nooit opgelost.

Had er een clown door het dorp gelopen? Nee, zei de een. Ja, zei de ander. Weer iemand anders had hem hoogstpersoonlijk bij de visboer zien staan. Vanwege dat beeld van een clown die onschuldige kindertjes meelokt, werd de affaire in Oude Pekela de 'clownsaffaire' genoemd. Bij de Nederlandse bevolking heerste ongeloof en verbijstering over wat er in Oude Pekela gebeurd zou zijn. Het ontbreken van daders leidde in de weken die volgden tot de hypothese van massahysterie. Het getouwtrek begon. De politie kon niets zonder bewijsbare feiten. Professor Mik, een psychiater die na vijf weken werd ingeschakeld, wist als enige deskundige zeker dat wat een deel van de kinderen vertelden waar was.

Een langer fragment verschijnt deze week in Vrij Nederland."
 
----------------

"Interview met Margalith Kleijwegt 12/11/11

Margalith Kleijwegt ging terug naar Oude Pekela, waar zij 25 jaar geleden onderzoek deed naar de 'clownsaffaire', een zedenzaak met tientallen kinderen.'Huilende kinderen, doodongelukkige ouders. Hadden zij maar capabele mensen gehad die voor hun zaak stonden.'    
 
Er is iets vreselijk gebeurd, zei haar zoon december vorig jaar. Margalith Kleijwegt (1951), redacteur van Vrij Nederland, deed de televisie aan en zag drie mannen achter een tafel. Serieus, kordaat. In het midden burgermeester Eberhard van der Laan van Amsterdam. Robert M. , een oppas uit Riga, had vele kinderen van crèche 't Hofnarretje seksueel misbruikt, vertelde hij. Op klaarlichte dag. Zie je wel, dacht Kleijwegt, het bestaat dus wel. Maar 25 jaar geleden werden ouders in Oude Pekela voor hysterische idioten uitgemaakt.

Dagenlang verbleef ze voorjaar 1987 in de vroegere veenkolonie om met alle betrokkenen te praten over de eerste grote zedenzaak waarmee Nederland te maken kreeg. Ze schreef er een bijlage over voor Vrij Nederland. Tientallen jonge tot zeer jonge kinderen zouden zijn misbruikt. Het begon met een angstig jongetje dat in bed plaste en zijn ouders vertelde dat iemand iets in zijn billen had gestoken. Zijn ouders zagen bloed bij zijn anus en gingen naar de politie.

In de dagen daarna vertelden steeds meer kinderen dat ze waren meegenomen, aan verkleedspelletjes hadden meegedaan, aan piemels of borsten hadden moeten likken. Een clown zou een hoofdrol spelen als kinderlokker. De affaire breidde zich als een olievlek uit en ineens stond de hele wereld op de stoep van het dorp. Niemand was daarop voorbereid. De onzekerheid bij de ouders was groot.

De zaak rond Robert M. is voor Kleijwegt de directe aanleiding terug te gaan naar Oude Pekela. Het oogt nog even idyllisch, maar net als toen bedriegt de schijn. De pijn en frustratie zijn nooit gestopt. De kinderen van toen praten er niet meer over, waren vermoedelijk nog te klein om zich alles te herinneren. De ouders doen er liever het zwijgen toe. Kleijwegts rondgang, beschreven in haar boekje Terug naar Oude Pekela, toont slachtoffers, opvallend vaak zijn zij de hoofdrolspelers van toen.

Kleijwegt: 'Toen ik besloot terug te gaan, realiseerde ik me dat ik niet moest proberen de zaak op te lossen, hoe onbedwingbaar die hoop in het begin ook was. Maar het was niet reëel. Ook als mensen na 25 jaar besluiten wel te praten, weet je nog niet zeker of ze nu wel de waarheid vertellen. Bovendien was ik erg onder de indruk van het feit dat de impact van het gebeurde ook na al die jaren nog zo groot was.'

Kleijwegt voerde destijds gesprekken met 21 ouderparen. Sommigen zocht ze weer op, zoals Aly en Hennie Hemmes. Aardig, gastvrij, nog steeds even nuchter als toen. Nu zijn ze oma en opa. Hennie is in de politiek gegaan en werd wethouder voor de SP. Hun twee jongens zijn volwassen mannen. Ze praten niet met anderen over wat hen is overkomen. Toen wilde Hennie maar één ding: gerechtigheid. Dat er nooit een dader werd gepakt, heeft hij leren accepteren. Maar dat hij niet werd begrepen, dat heeft het meest en het langst pijn gedaan.

Kleijwegt: 'Hadden zij maar mensen gehad die voor hun zaak stonden. Capabele mensen, zoals je die nu in Amsterdam ziet. Het is belangrijk dat de ouders kalm blijven, maar dat deden ze niet. Niemand hielp ze, niemand nam de leiding. De burgemeester had geen idee, de politie had geen idee, de hoofdofficier van justitie niet. Niemand wist raad met de situatie, waardoor de zaak volledig kon ontsporen.

'Bij 't Hofnarretje hield de gemeente er nog even rekening mee dat er sprake kon zijn van fantasie, daar hadden ze een scenario voor. In Oude Pekela was er helemaal niets. Ik ben met huisartsen op pad geweest naar gezinnen. Ik heb zelf gezien hoe ze eraan toe waren. Huilende kinderen, doodongelukkige ouders. Vreselijke dingen. Heel veel verdriet. Ik weet niet of het klopt dat er kinderen zijn misbruikt, maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik met hysterici te maken had. Nooit. En nog altijd kan ik geïrriteerd raken als buitenstaanders zeggen: ah, die stomme clownsaffaire. Onzin! Het is niet waar, het is onrechtvaardig tegenover die ouders. Dat vind ik nog. '

Er was een populair artsenechtpaar: Fred en Ietje Jonker. De twee trokken de affaire naar zich toe en gaandeweg radicaliseerden ze. 'Ze dempten niet en dat had wel gemoeten. Je moet afstand bewaren. Je moet dimmen, mensen bij de lurven durven pakken en zeggen: nu rustig jij', zegt Kleijwegt. De twee raakten vervreemd van de andere huisartsen, ze publiceerden hun bevindingen en dat alles zette kwaad bloed in het dorp. Ze verhuisden naar Groningen vanwege de studie van hun kinderen. Later pleegde Fred Jonker zelfmoord. De opkomst bij de begrafenis was enorm. Kleijwegt: 'Ik schrok me te pletter toen ik het hoorde. Ik zag dat ze accelereerden, maar iemand met vijf prachtige kinderen die zich van het leven berooft. Het kan zijn dat hij moeilijk leefde. Die hele affaire zal hem niet hebben geholpen. Het ligt allemaal heel gevoelig.'

De burgemeester van toen leeft teruggetrokken, geeft nooit thuis en wil niet meer aan de zaak worden herinnerd. Bij de politie wijten ze de fouten van destijds aan de Rijkspolitie waaronder Oude Pekela viel, niet bepaald keurtroepen. Hoofdofficier van Justitie Hans Blok zocht destijds zijn toevlucht tot een psychiater om de boel te ontzenuwen. Hij vond hem in de persoon van Gerrit Mik, een gepensioneerde psychiater met een grote staat van dienst. Hij is misschien wel het grootste slachtoffer van Oude Pekela, suggereert Kleijwegt. Hij is er dood aan gegaan, zeggen zijn kinderen letterlijk.

Mik moest opereren in een vreemd krachtenveld. Nederland van 1987 en 2011 liggen hemelsbreed uiteen wat betreft pedofilie. De pedofiel van nu is een paria, toen werd er een lans voor hem gebroken. Mik was zelf enige tijd Kamerlid voor D66 en Den Haag debatteerde toen over het toestaan van seks van volwassenen met 12-jarigen. Allemaal weg van het moralisme en de bedomptheid.

Mik ontzenuwde Oude Pekela niet, zoals sommigen hadden gehoopt. Hij bevestigde dat er wel degelijk iets was gebeurd, ook al bracht hij het aantal misbruikte kinderen terug tot aanzienlijk kleinere proporties. Kleijwegt: 'De ouders hadden steun nodig en dat begreep hij en die gaf hij. Hij wilde dat ze verder gingen met hun leven.'

Mik nam afstand van pogingen seks met minderjarigen normaal te vinden. Na een interview in de Volkskrant viel de hele wereld over hem heen. De PvdA'er Hein Roethof maakte hem uit voor moraalridder. Roethof deed zijn uitspraak op de eerste lustrumviering van de pedofielenverening Martijn. 'Dat zou nu ondenkbaar zijn, ondenkbaar. Er zijn vreselijke artikelen over Mik geschreven. Iedereen heeft hem de grond in getrapt en niet zo'n beetje ook. Hij vocht niet terug. Hij bleef in de zaak hangen, wilde zijn gelijk halen.'

Iedereen heeft geleerd van Oude Pekela, denkt Kleijwegt. 'Het allerbelangrijkste is dat je mensen serieus neemt, dat je hun kwetsuren, hun angsten en twijfels ziet. Waarom er toen zo hard is geschreeuwd, ik weet het niet. Gevoelens die te maken hebben met veiligheid en seks met kinderen, die gaan zo diep, die appelleren aan eigen angsten. Waarom zou er anders zo giftig, zo haatdragend en zo meedogenloos zijn gereageerd als toen gebeurde? Oude Pekela werd weggezet als bedompt. De bewoners voelden zich belachelijk gemaakt. '

Oude Pekela kreeg nooit een dader, zoals Robert M. Er zijn nooit foto's of films opgedoken. Kleijwegt noemt de afhandeling van de Amsterdamse zedenzaak tot nog toe een schoolvoorbeeld van hoe het moet, inclusief de terughoudendheid van de pers. Toen ging Der Spiegel met de geldbuidel rond voor foto's, nu wordt er niet gewroet in persoonlijke gegevens en laten journalisten soms beschrijvingen van schanddaden bewust achterwege. Kleijwegt: 'Er heerst een serene rust onder de journalisten, merkte ik laatst op de rechtbank. Maar is het je plicht als journalist om rekening te houden met de ouders? Gedeeltelijk wel, maar wat er is gebeurd, is shit maar het is niet de schuld van de pers, dat is de schuld van Robert M.'

Margalith Kleijwegt: Terug naar Oude Pekela.
Balans; 77 pagina's; € 6,95.

ISBN 978 94 600 3376 6 ."
 
----------------

"Hype en hysterie in Oude Pekela

Gepubliceerd in NRC Handelsblad op 15 november.

Vorige week verscheen het boekje ‘Terug naar Oude Pekela’ van Vrij Nederland journaliste Margalith Kleijwegt. Naar aanleiding van de Amsterdamse zedenzaak besloot ze opnieuw onderzoek te doen in het dorp waar ze bijna 25 jaar geleden verslag deed van de Oude Pekela affaire, waarbij vele tientallen kinderen door als clowns verklede kinderlokkers zouden zijn misbruikt. In diverse interviews vertelde ze vorige week wat ze dacht toen ze eind vorig jaar de beelden op tv zag van de zaak Robert M.: ‘Zie je wel, het kan wél.’ Het bestaat dus wel, grootschalig misbruik, maar ‘de ouders van Oude Pekela werden in die tijd meteen voor hysterische idioten uitgemaakt.’ Hoewel ze niet met nieuw bewijsmateriaal komt, is ze er nog steeds van overtuigd dat er in Oude Pekela wel degelijk op grote schaal seksueel misbruik heeft plaatsgevonden, alleen dan ‘niet met tachtig kinderen, misschien met twintig, al heeft de Amsterdamse zedenzaak duidelijk gemaakt dat alles kan.’

De zaak Robert M. bewijst inderdaad dat het kan, maar dat zegt natuurlijk helemaal niets over Oude Pekela in 1987. Het grote verschil is natuurlijk dat er in Oude Pekela geen spoor van bewijs is gevonden voor enige vorm van seksueel misbruik door onbekende daders, ondanks langdurig recherche onderzoek en honderden getuigenverhoren. Vast staat dat het klein begon met één onbewezen melding van ontucht. Het misbruik nam vervolgens mythische proporties aan met bijna honderd slachtoffertjes. Ze zouden zijn ontvoerd door de beruchte clowns die kinderen zouden misbruiken voor de porno-industrie. De verhalen werden steeds extremer. Op het laatst was er zelfs sprake van satanische rituelen.

Door het recherchewerk, de informatiebijeenkomsten, het onderzoek (op eigen houtje) van het artsenechtpaar Jonker, de opgewonden verhalen in de media en de bezorgde ouders die hun kinderen ondervroegen, gingen steeds gruwelijker verhalen rondzingen. Steeds meer kinderen raakten ervan overtuigd dat ‘ze ook mee waren geweest’, zoals dat werd genoemd. Deze verhalen waren zo hardnekkig dat zelfs psychiater Gerrit Mik die tientallen kinderen uitgebreid ondervroeg er zelf in ging geloven.

Ook Margalith Kleijwegt behoorde tot de gelovigen, getuige de uitgebreide reportage van 13 februari 1988 in Vrij Nederland onder de kop ‘Het verhaal van Oude Pekela is internationaal. Zodra de ontkenningsmolen gaat draaien, zijn kinderen de dupe.’ In dit stuk wordt Oude Pekela in verband gebracht met Amerikaanse voorbeelden van ritueel misbruik in kinderdagverblijven. ‘Dat de kinderen de meest merkwaardige spelletjes hebben moeten spelen, daar is iedereen het wel over eens.’ Kleijwegt is nog steeds een gelovige. Ze misbruikt de zaak Robert M om alsnog erkenning te krijgen voor ‘Oude Pekela’.

Het wordt absurder als Kleijwegt beweert dat de ouders van Oude Pekela indertijd werden weggehoond met hun misbruikverhalen, omdat in die tijd pedofielen nog als ‘kindervriend’ werden gezien, zogenaamd een uitvloeisel van de seksuele revolutie.

 In de eerste plaats is het helemaal niet zo dat de hele zaak meteen werd weggezet als massahysterie: maandenlang brachten de media schokkende verhalen en verkeerde Nederland in de veronderstelling dat er op grote schaal kinderen waren ontvoerd en misbruikt. Dat de zaak lange tijd uiterst serieus werd genomen blijkt bijvoorbeeld uit het bezoek van de minister van Justitie Korthals Altes aan Oude Pekela negen maanden later, live uitgezonden door het NOS Journaal. En uit het feit dat het onderzoek pas in oktober 1988 definitief werd stopgezet.

In de tweede plaats was er in die tijd helemaal geen sprake van een soort welwillende houding tegenover pedofilie. Integendeel, na vrouwenmishandeling, ongewenste intimiteiten en verkrachting in de jaren zeventig slaagde de vrouwenbeweging er begin jaren tachtig in om ook seksueel misbruik van kinderen, een groot taboe onderwerp, op de agenda te zetten. Het gevolg was een niet aflatende stroom publicaties, artikelen, reportages en talkshows waarin de ervaringen van slachtoffers uitgebreid aan bod kwamen. Seksueel misbruik van kinderen leek door al die aandacht plots voor te komen op onverwacht grote schaal. Er was dan ook eerder sprake van een groeiende verontrusting over dit enorme probleem dan van een lankmoedige houding tegenover de daders.

Dát was het maatschappelijk klimaat waarin de Oude Pekela affaire kon ontstaan, kort daarna (in 1988) gevolgd door de bekende Bolderkaraffaire. Hierbij werden negen kinderen van een kinderdagverblijf ten onrechte uit huis werden geplaatst, omdat orthopedagogen, gebruikmakend van de nieuwe ‘poppenmethode’, overal ‘signalen’ van seksueel misbruik zagen. Het is geen toeval dat zich in de jaren tachtig niet alleen in Nederland, maar ook in Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten tientallen vergelijkbare affaires voordeden. Ze liepen op niets uit, behalve een hoop ellende voor de betrokkenen. Altijd werden de verhalen extremer en gruwelijke met satanische sekten en ritueel misbruik. Dat die verhalen nog steeds de wereld niet uit zijn bewees Spits vorige week met een verhaal over satanisch seksueel misbruik in Nederland groot op de voorpagina.

Kortom, de jaren tachtig waren eerder de jaren van een tamelijk overspannen dreigingsbeeld rond seksueel misbruik dan een tijdperk waarin de pedofiel als de grote kindervriend werd gezien zoals Kleijwegt beweert in haar boek. Ook priester Antoine Bodar beriep zich begin dit jaar op die vermeende pedo-vriendelijke moraal om het misbruik in de kerk te relativeren, maar het blijft geschiedvervalsing. Oude Pekela heeft dan ook niet, zoals Kleijwegt beweert, geleid tot een omslag in het denken over pedofilie, maar mede onder invloed van de Bolderkaraffaire juist tot een kritischer houding tegenover beschuldigingen van seksueel misbruik.

Het verhaal van de kinderlokkende clowns blijft overigens internationaal telkens weer opnieuw opduiken en is in de wetenschappelijke literatuur over Urban Legends geboekstaafd als ‘The Phantom Clowns’.

Zes jaar voor Oude Pekela doken de clowns al op in Chicago en vervolgens nog in tal van andere Amerikaanse steden. Zie dit overzicht En ook de laatste jaren duikt deze urban legend weer op.

In mijn proefschrift Mediahype (2004) gaat Hoofdstuk 4 over seksueel misbruik en de media in de jaren tachtig en negentig.

Tjalling Beetstra is in 2009 in Maastricht gepromoveerd op een onderzoek naar satanisch ritueel misbruik in de VS en in Nederland. Dit is zijn website. "
 
----------------
 
'Zedenzaak Oude Pekela was géén massahysterie'
 
23/09/95, 00:00
   
Van onze correspondent BRUSSEL
In Oude Pekela zijn, tegen het einde van de jaren tachtig, wel degelijk kinderen seksueel misbruikt. Het is onzin de affaire, die destijds voor grote opschudding in binnen- en buitenland zorgde, af te doen als 'massahysterie'.
Tot die conclusie komt de Belgische hoogleraar Karel Pyck in een rapport, dat hij binnenkort naar minister Winnie Sorgdrager (justitie) wil sturen.

Vijf jaar lang heef Pyck, hoogleraar kinder-en jeugdpsychiatrie aan de Leuvense universiteit, onderzoek gedaan naar 'Oude Pekela'. Hij vindt dat de bevolking van het Groningse dorp “veel onrecht is aangedaan.” Ook justitie en politie in Groningen zijn ten onrechte scherp bekritiseerd. “Ze hebben goed werk gedaan,” zegt Pyck.

De zaak kwam in mei 1987 aan het rollen toen twee ouderparen bij de rijkspolitie in Oude Pekela een klacht indienden tegen onbekenden, wegens seksueel misbruik van twee kinderen. Een kleine maand later gaf de politie een bericht uit, waarin sprake was van maar liefst 50 zeer jonge slachtoffers en van kinderlokkers die als clowns verkleed waren. 'Oude Pekela' werd wereldnieuws.

Geen bewijs

Nadat er bijna honderd kinderen waren ondervraagd, stelde de hoofdofficier van justitie veel later, in 1988, vast dat “48 kinderen duidelijk spreken over seksuele handelingen die zij moesten ondergaan en/of moesten verrichten bij zichzelf of bij volwassenen.” Er was echter geen bewijsmateriaal, en er verscheen nooit iemand in de beklaagdenbank.

Prof. Pyck, die met betrokken functionarissen sprak en geluidsbanden van gesprekken met de kinderen beluisterde, zegt dat “het verhaal van politie en justitie van het begin tot het einde klopt.” Daarentegen is er “geen enkel bewijs” voor de stelling dat het zedenschandaal een product is geweest van massahysterie, dat het in werkelijkheid nooit zou hebben plaatsgevonden.

“De volledige waarheid over wat er destijds met de kinderen in Oude Pekela is gebeurd, kan met wat we nu weten niet meer worden achterhaald,” stelt Pyck deze week echter vast in het Nederlandse Tijdschrift voor criminologie. Het artikel is een beknopte versie van het onderzoek dat Pyck aan minister Sorgdrager zal aanbieden.

Pyck veegt de vloer aan met de Australische auteur Benjamin Rossen, die 'Oude Pekela' herleidt tot twee jongetjes die 'vieze spelletjes' speelden. De rest zou massahysterie zijn, of zoals het in de titel van Rossen's boek heet, 'zedenangst'.

Pyck beticht Rossen van vooringenomenheid, een zeer selectief gebruik van de beschikbare bronnen en het aanhalen van anonieme zegslieden. Pyck, gevraagd naar het 'waarom' van zijn onderzoek: “Ik vond het verbazingwekkend dat de versie van een onbekende Australische student door de publieke opinie vrij algemeen als de juiste werd aanvaard. Er werd niet of nauwelijks geluisterd naar de Nederlandse kinderpsychiater Gerrit Mik, die na uitgebreid onderzoek tot de conclusies kwam dat er wel degelijk sprake was van seksueel misbruik.”

Verklaring

Pyck heeft daar nu wel een verklaring voor: “De zaak was met zoveel emoties beladen, dat de Nederlandse bevolking een duidelijk antwoord wilde. Het antwoord van politie en justitie was helaas niet duidelijk, omdat er bewijzen noch verdachten waren. Daarentegen was 'massahysterie' wel een helder, acceptabel antwoord. Veel Nederlanders zullen hebben gedacht: Ach, het is een primitief volkje, daar in het noorden. We nemen die lui niet serieus.”

“Door die houding is het taboe op seksueel misbruik van kinderen weer een beetje groter geworden. En dat is niet in het belang van kinderen die nù worden mishandeld.”

De Leuvense hoogleraar beschouwt zijn onderzoek ook als een soort eerbetoon aan wijlen collega Mik, die wèl geloof hechtte aan de afschuwelijke verhalen van de kinderen in Oude Pekela.

In zijn rapport citeert Pyck met instemming deze krant, die de Amsterdamse kinderpyschiater als 'kop van Jut' betitelde. Maar Pyck laakt ook de Nederlandse media, die al te gemakkelijk aan de haal gingen met het begrip massahysterie. Als dat maar vaak genoeg wordt herhaald, gaat het uiteindelijk door voor 'de waarheid.'

Een gevaarlijke ontwikkeling, meent Pyck, temeer omdat het “bij vragen over mogelijk seksueel misbruik bij (jonge) kinderen altijd moeilijk is de volledige waarheid te achterhalen.”

Ook Pyck sluit niet uit bij “werkelijk gebeurde gevallen van kindermishandeling sommige kinderen hun verhalen overdreven hebben en fantasie-elementen hebben ingebouwd.”

zaterdag 20 september 2014