donderdag 13 februari 2014

Joris Demmink


Joris Demmink (1947) van 2002 tot 2012 secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, sinds 1982 in dienst bij het ministerie van Justitie. Hij was onder meer hoofd van de directie Politie, directeur-generaal Rechtspleging en directeur-generaal Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken.

Sinds kort is hij prominent in het nieuws om vermeende pedofilie met minderjarige jongens. De geruchten hieromtrent spelen al lang, erg lang. Waar bij het minste gerucht een normale burger door de media aan alle kanten door het slijk wordt gehaald bleef het relatief stil wanneer het Demmink betrof. Dat heb ik altijd verbazingwekkend gevonden. Ook het feit dat Demmink zelf nooit een aanklacht heeft ingediend, ondanks de aanhoudende "laster", heeft mij altijd bevreemd.

Politici die voor de secretaris-general verantwoordelijk waren hebben hem altijd de hand boven het hoofd gehouden en door dik en dun gesteud, waarbij een uitspraak van Piet Hein Donner hiervan exemplarisch is: “Er is nog geen spoor van rook, laat staan vuur”.


Nu is de stilte voorbij, gezien de rechtbank in Arnhem heeft besloten dat het toch tijd is onderzoek naar de handel en wandel van Joris Demmink in te stellen. Er valt veel over te zeggen, maar het is en blijft in mijn ogen een enorm vaag verhaal, zonder heldere uitkomst. Zou de nieuwe wending in 2014 dit wel gaan brengen? Het zou mooi zijn voor eens en voor altijd de zaak te sluiten. Of zal er een gigantische beerput open gaan?

Om het toch enigszins te verhelderen, hieronder een aatal artikelen die u op de hoogte brengen van deze spraakmakende zaak.

Te beginnen bij een artikel uit trouw van deze week. Een mooie opsomming van feiten. Een prima introductie in deze complexe materie.

De geruchten over Joris Demmink verstommen maar niet
Oriënterend onderzoek pleitte hem vrij, drie ministers stelden zich vierkant achter hem op. Maar nu wordt Joris Demmink toch vervolgd.

Al sinds eind vorige eeuw willen geruchten dat voormalig secretaris-generaal Joris Demmink (66) van het ministerie van veiligheid en justitie ontucht pleegde met minderjarige jongens. Het net begonnen strafrechtelijk onderzoek naar hem zal uitwijzen of er een beerput opengaat of dat sprake is van karaktermoord.

Media-ethicus Huub Evers kwalificeert de affaire rond de voormalige topambtenaar als 'schimmig en mistig'. Zoals zo velen vraagt Evers zich af wat 'waarheid' is in de zaak Demmink. "Net als iedereen zou ik willen weten wat er nou precies aan de hand is met de man. De geruchten houden aan. Mede hierom is er behoefte aan informatie. Je kunt zeggen dat er een deken ligt over de affaire."

Evers constateert dat het Algemeen Dagblad sinds ruim een jaar 'flink op de zaak is ingesprongen'. "NRC Handelsblad besteedt tot nu toe minder aandacht aan de affaire dan het AD, maar wel meer dan andere kwaliteitskranten als de Volkskrant en Trouw", zegt de ethicus. "Op internet kom je complottheorieën over Demmink met kilo's tegelijk tegen. Mijn indruk is dat kranten hun vingers er niet aan willen branden."

Evers wil met het laatste niet hebben gezegd dat journalisten zouden worden teruggefloten door hun hoofdredacteuren of de nationale veiligheidsdienst, zoals complotdenkers beweren. "De media maken geen deel uit van complotten", weet Evers. "Wat zijn de feiten, de geruchten, wie spelen een rol en met welke belang? Over zulke vragen gaat het. Ik denk dat bij de terughoudendheid van kranten meespeelt dat de zaak complex en ongrijpbaar is. Maar nu tegen Demmink een strafrechtelijk onderzoek loopt, mag je naar lezers toe wat meer verwachten."

Hoogste kringen
Misschien is de voormalige hoogste justitieambtenaar Demmink wel de enige in Nederland die tot in detail weet hoe 'zijn' affaire feitelijk in elkaar steekt. Vaststaat dat hij stoïcijns, bijna onaantastbaar is gebleven onder de al vijftien jaar durende geruchtenstroom dat hij minderjarige jongens zou hebben misbruikt en deel uitmaakt(e) van een pedofiel netwerk, waartoe enkele tientallen, veelal bekende, vooraanstaande Nederlanders, van onderwereld tot de allerhoogste kringen, zouden hebben behoord.

Betrouwbaar oogt deze al jaren in de media circulerende lijst met namen niet. Sommige mannen die erop voorkomen, zijn al jaren dood. Opmerkelijk is dat vaak de privéadressen van betrokkenen worden genoemd en soms hun veronderstelde connecties binnen het genoemde pedofielennetwerk. In een enkele bijzin wordt een verband gelegd tussen Demmink en de Tsjechische hoofdstad Praag, een van de steden waarvan wordt beweerd dat de oud-topambtenaar er seks had in jongensbordelen. .

Zelf heeft hij alle roddels, geruchten en beschuldigingen in een zeldzaam moment van toegankelijkheid wel eens 'lariekoek' genoemd. Interviews geeft hij niet. Drie achtereenvolgende ministers op zijn departement: Piet Hein Donner, Ernst Hirsch Ballin en Ivo Opstelten, gaven hem breed en voluit steun. Dat was voor hem voldoende.

Juridische bijstand
Meerdere, oriënterende onderzoeken van het OM, de Rijksrecherche en de veiligheidsdienst AIVD pleitten hem telkens volledig vrij. Pas nadat het hof enkele weken geleden een strafrechtelijk onderzoek naar hem gelastte, besloot Opstelten de kosten van juridische bijstand aan hem te stoppen, als teken dat vanaf dan het recht zijn loop moet hebben.

Tot aan een publicatie in het Algemeen Dagblad, in oktober 2012, verweerde Demmink zich niet één keer publiekelijk tegen de beschuldigingen. Complotdenkers en zijn vijanden zien in deze passieve houding al jaren een bewijs van schuld, een bekentenis. Hij stapte pas naar de rechter toen de krant schreef dat hij volgens drie getuigen begin jaren tachtig in Den Haag contact had met de pooier van minderjarige jongens. De publicatie was kort voor zijn afscheid bij het ministerie. In een nog lopende, civiele procedure tegen het AD eist hij een ton schadevergoeding van de krant.

Cruciaal in het strafrechtelijk onderzoek naar hem zijn de aangiftes van twee inmiddels volwassen Turkse mannen, beiden dertigers. Demmink zou één van hen, de toen 14-jarige Osman B., 'in of omstreeks het jaar 1997' tijdens een dienstreis naar Turkije hebben verkracht, verklaarde het veronderstelde slachtoffer vier jaar geleden in zijn schriftelijke aangifte bij het OM in Nederland.

B. vertelde op 12 december 2009 in Istanbul ook tegen oud-rechercheur en tegenwoordige privé-detective Klaas Langendoen dat Demmink hem twaalf jaar eerder in een hotelkamer in de stad Edirne seksueel had misbruikt. Langendoen zou B. tijdens dit officieuze verhoor acht foto's hebben voorgelegd, waaruit hij zonder aarzeling de foto van de ambtenaar aanwees als degene die hem had verkracht.

Demmink zou in 1997 in contact met B. zijn gekomen via een Turkse politieman, die destijds geregeld belangrijke buitenlandse gasten tijdens hun bezoek aan Turkije beveiligde. Van zijn superieuren zou deze politieman opdracht hebben gekregen om op verzoek van de Nederlandse ambtenaar 'mr. D' een jonge jongen naar hem te brengen. Dat werd B.. Achteraf vertelde de jongen de politieman dat de topambtenaar hem had misbruikt.

De tweede Turkse man die tegen Demmink aangifte deed, is Mustafa Y.. Hij zou 'in of omstreeks het jaar 1995', twee jaar eerder dus dan Osman B., als twaalf- of dertienjarige slachtoffer zijn geweest van ontucht door Demmink. Y. zou in de periode vóór het misbruik een bijzonder armoedig bestaan hebben geleid, vertelde hij over zijn persoonlijke achtergrond. 'Het was zwaar om te leven op de stadsmuren van Topkapi (...)', liet hij in een verklaring optekenen. 'Maandenlang waste ik mij niet, ik had geen mogelijkheid om de broek en de kleding die ik droeg te verschonen'.

Schaamte
Onder druk van de Turkse veiligheidsdienst zou Mustafa Y. bij een bezoek van de Nederlandse justitieambtenaar aan Turkije met hem in contact zijn gebracht. 'We zullen bemiddelen zodat jij beter werk zult kunnen krijgen', vertelden twee veiligheidsfunctionarissen hem volgens een verklaring van Y. aan de Turkse onderzoeksjournalist Burhan Kazmali. En: 'We gaan jou naar een plek brengen, we zullen je met iemand laten kennismaken, die gaat zich met jou bezighouden'.

Y. vervolgt zijn verklaring met: 'Uit schaamte wil ik niet verder ingaan op hetgeen mij toen is verteld. Ik had ook geen kans om te weigeren. Ik was namelijk tot hen, de veiligheidsfunctionarissen, veroordeeld'. Het beloofde contact was 'J.D.', een volgens Y. 'in Nederland belangrijk persoon', die in het hotel waar zij elkaar ontmoetten een valse identiteit had willen aannemen.

Tegenover journalist Kazmali zei hij verder, doelend op Demmink: 'We zijn namelijk samen in het bed gegaan en hij kuste en streelde mij onophoudelijk. Ik walgde van de man maar ik had geen keus. (...) Na verloop van een hele tijd ben ik naar mijn kamer gegaan en hij had mij ook behoorlijk veel geld gegeven, hij had mij Marken gegeven'.

De topambtenaar heeft de beschuldigingen altijd ontkend. Nog belangrijker is zijn ontkenning dat hij na 1986 in Turkije is geweest. Die ontkenning vorig jaar kwam opvallend genoeg niet overeen met de inhoud van een als officieel aangemerkt document van de Turkse justitie. Hierin was juist aangegeven dat Demmink in juli 1996 Turkije had bezocht. Het leek op een doorbraak in de affaire, maar dat was het niet. De informatie bleek eenzijdig gebaseerd op een aangifte van de in Nederland tot levenslang veroordeelde Turkse crimineel Hüseyin Baybasin.

Weinig details
De aangiftes tegen Demmink van Osman B. en Mustafa Y. in 2010 leidden tot een oriënterend onderzoek van het OM. Dat besloot februari 2012 geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen. De door het duo afgelegde verklaringen werden als 'niet consistent' beschouwd en bevatten volgens Justitie 'op meerdere plaatsen te weinig detail'.

Op last van het gerechtshof in Arnhem moest het OM enkele weken geleden zijn besluit om geen vervolging in te stellen herzien. Advocate Adèle van der Plas, de raadsvrouw van de twee Turkse mannen die Demmink van ontucht beschuldigen, kreeg van het hof haar gelijk met het besluit dat de verzamelde informatie over de affaire 'voldoende aanleiding geeft voor een redelijk vermoeden van schuld voor verkrachting'.

Opvallend was dat het hof het onderzoek mede rechtvaardigde 'vanwege het feit dat de beschuldiging van Demmink al jarenlang met een zekere regelmaat opdoemt in de media'.

Een direct belang bij het justitieel onderzoek hebben allereerst de verdachte ex-topambtenaar en zijn veronderstelde slachtoffers. Maar er zijn meer partijen die een ongekend belang hebben bij de afloop van de affaire. Eén van de voornaamste belanghebbenden is Hüseyin Baybasin (57). Deze Koerd noemt zich zakenman, maar is voor betrokkenheid bij drugs, moord en gijzeling in 2002 in Nederland tot levenslang veroordeeld.

De bij de Koerdische afscheidingsbeweging PKK betrokken Baybasin zegt dat hij slachtoffer is van een complot van Demmink en de Turkse autoriteiten. Baybasin's échte vijand, de Turkse overheid, zou de topambtenaar hebben gechanteerd met zijn seks met minderjarige jongens, is zijn relaas. Onder die druk zou de secretaris-generaal het voor Baybasin slecht afgelopen proces in Nederland persoonlijk hebben beïnvloed.

Zijn raadsvrouw is advocate Adèle van der Plas, die ook Osman B. en Mustafa Y. juridisch bijstaat. Baybasin deed zeven jaar geleden aangifte tegen Demmink wegens het oneigenlijk beïnvloeden van zijn strafzaak en ontucht met jongens. Tot strafvervolging kwam het niet; de klacht over seksueel misbruik door de topambtenaar werd terzijde geschoven omdat dit Baybasin niet persoonlijk betrof. Andere verwijten werden ongegrond verklaard.

Opnieuw bekijken Een herzieningsverzoek dat raadsvrouw Van der Plas namens haar cliënt Baybasin indiende bij de Hoge Raad leidt mogelijk wel tot succes. De advocaat-generaal bij het hoogste rechtsorgaan concludeerde ruim een jaar geleden dat zijn zaak opnieuw moet worden bekeken. Na het afronden van getuigenverhoren en andere juridische stappen wordt hierover misschien nog voor de zomer beslist.

Ook Jan Poot en zijn zoon Peter van gebiedsontwikkelaar Chipshol volgen de zaak Demmink nauwlettend. Zij zien in hem al jaren de kwade genius achter een reeks rechterlijke uitspraken en benoemingen, die telkens, volgens beiden bewust, in hun nadeel uitvielen. Het kostte, zegt de familie Poot, Chipshol honderden miljoenen euro's in hun strijd met Schiphol over dure grond en waarover het laatste woord niet is gezegd.

In eigen beheer gaf Jan Poot (89) zelfs een boek uit: 'De Demmink Doofpot'. 'Kenmerkend voor de gehele Demmink-affaire vanaf 1998 is intimidatie van de 'tegenstanders' en manipulatie van de feiten', wordt hierin opgemerkt. En: 'In veel opzichten is de machtspositie van Demmink te vergelijken met de paus in Rome'.

Hoofdrollen in de affaire rond Demmink zijn weggelegd voor:
Joris Demmink (11-12-1947, Naarden) werd in 2002 benoemd tot secretaris-generaal van (toen nog) het ministerie van justitie. Hiervoor was hij bij dit departement onder meer hoofd van de directie politie en directeur-generaal rechtspleging. Reisde van 1993 tot een jaar voor zijn pensionering met diplomatiek paspoort. Ging 1 november 2012 met pensioen.

Harro Knijff en Mischa Wladimiroff, achtereenvolgens civiel- en strafadvocaat van Demmink.

Osman B. en Mustafa Y. - deden in 2010 aangifte van verkrachting en ontuchtige handelingen onder dwang door Demmink. Wegens verjaring komt naar de laatste beschuldiging geen onderzoek.

Hüseyin Baybasin (25-12-1956) Op 30 juli 2002 in Nederland veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Vecht zijn veroordeling aan omdat deze in belangrijke mate gebaseerd was op, volgens hem gemanipuleerde, telefoontaps. Stelt dat Demmink invloed had op zijn veroordeling.

Adèle van der Plas, raadsvrouw van Hüseyin Baybasin, Osman B. en Mustafa Y.. Legde in 2012 voor de zogenoemde Helsinki Commissie van het Amerikaanse Congres een vernietigende verklaring af over het Nederlandse rechtssysteem, de rol van de Nederlandse media hierin en in het bijzonder waar het de zaak Demmink betreft.

Klaas Langendoen, oud-rechercheur, bekend uit IRT-affaire, nu privé-detective. Vergezelde Van der Plas naar het Amerikaanse Congres en sprak in Turkije met veronderstelde slachtoffers van Demmink.

Jan Poot (89), succesvol ondernemer die Demmink al jaren openlijk beticht van manipulatie van de rechterlijke macht. Het zou Poots bedrijf Chipshol honderden miljoenen euro's hebben gekost.

De Roestige Spijker, stichting die stelt dat nooit deugdelijk onderzoek naar Demmink heeft plaatsgevonden. Mag in maart van de rechtbank Utrecht een serie getuigen horen in de volgens advocaat Matthijs Kaaks nooit goed uitgezochte affaire.

Jan Poot heeft zoals in het artikel beschreven een boek uitgegeven welke hij gratis aan mensen toestuurde. Hierbij hoort een een website met dezelfde naam:
De Demmink doofpot (.nl)

Het boek zelf is in z'n geheel te downloaden via deze link.

Beide bronnen staan bol van informatie, en zijn voor geïnteresseerden zeker de moeite waard.

Via de website kwam ik o.a. uit op het volgende artikel van het Katholiek Nieuwsblad:

Nederlandse ambassade VS verwijdert webpagina over Demmink


Nadat CDA'er Pieter Omtzigt er via Twitter vorige week de aandacht op vestigde, heeft de Nederlandse ambassade in Washington vandaag, 11 februari, de misleidende webpagina over de affaire Demmink van zijn site verwijderd.

De voorstelling van zaken door de ambassade is een ondubbelzinnig bewijs van de kwade trouw waarmee de Nederlandse overheid in deze affaire verwikkeld is.
 Wat werd er op de webpagina namelijk beweerd?

In reactie op de aantijgingen tegen de heer Joris Demmink (voormalig secretaris-generaal van het Minsterie van Veiligheid en Justitie), zou de Nederlandse regering graag de feiten over de zaak willen uiteenzetten.

De beschuldigingen tegen de heer Demmink werden grondig onderzocht door Justitie. Het Openbaar Ministerie, een onafhankelijke autoriteit, stelde vast dat de aantijgingen tegen de heer Demmink zonder grond waren.

Het besluit de heer Demmink niet te vervolgen werd ondersteund door het Gerechtshof.

De heer Demmink was niet in Turkije ten tijde van de daden waarvan hij beschuldigd wordt.

Wat zijn de echte feiten?

1. Het feitenonderzoek naar aanleiding van beschuldigingen tegen Demmink was officieus en heeft geen wettelijke status. Op basis daarvan is afgezien van vervolging. Het is misleidend te suggereren dat er sprake was van een grondig onderzoek.

2. Uit de valse voorstelling van zaken onder 1, volgt logischerwijs de onwaarheid van de suggestie dat Gerechtshof deze gang van zaken in een klachtprocedure zou hebben ondersteund. De Nederlandse ambassade misbruikt hier het aanzien van de rechterlijke macht. De Raad voor de Rechtspraak zou hier de Nederlandse regering op moeten aanspreken.

3. Was het onder 2 gestelde al onwaar, inmiddels is precies het tegenovergestelde het geval: zoals bekend heeft het Gerechtshof op 21 januari het OM een echt justitieel onderzoek naar Demmink opgedragen. Niettemin heeft de Nederlandse ambassade de informatie - die ook zonder de uitspraak van 21 januari al misleidend was - tot 10 februari gehandhaafd.

4. Het is maar de vraag of Demmink niet in Turkije was, ten tijde van het misbruik waarvan hij wordt beschuldigd. In elk geval is het tegendeel - bijvoorbeeld door een sluitend alibi - op geen enkele manier bewezen. De misleidende omkering van niet-bewezen-in Turkije naar bewezen-niet-in Turkije is steeds al het standaardtrucje van de Nederlandse regering geweest.

Veelzeggend is dat de ambassade dit alles vergezeld liet gaan van een plaatje van het Vredespaleis in Den Haag. Zoals bekend wil een resolutie van het Amerikaanse Congres ons land straffen voor zijn lakse optreden in de affaire Demmink door het Internationale Hof van Justitie over te brengen naar een ander land.

De Nederlandse ambassadeur in Amerika speelde eerder al een slechte rol in de zaak. Amerikaanse Congresleden hebben tegenover KN blijk gegeven van verbazing en ergernis hierover. Een functionaris van de Nederlandse ambassade, H.P. Schreinemachers, verstoorde met een protest zelfs de hoorzitting over de affaire Demmink van 4 oktober 2012 in het Amerikaanse Congres. Overigens stelden we eerder al vast dat ook de Amerikaanse ambassade in Den Haag aan dit diplomatieke spel heeft meegedaan.

Update 11 februari, 19.45 uur. De ambassade opent een nieuw pagina ´Status of Demmink Case´.  

Zo valt er nog veel meer te lezen, maar voor nu laat ik het hierbij. Mocht er informatie zijn waarvan u denkt dat deze niet mag ontbreken, dan staat het u vrij dit in de reacties toe te voegen.

Ik af met te melden dat ook het boek waarover ik gisten heb gepost, het boek van Ton Derksen over de zaak Baybasin, onderdeel uitmaakt van dit verhaal. Check it!

To be continued...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen